Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Machtige families in Bordeaux

De wijndynastieën van Lurton en Moueix

Weinig families hebben zoveel invloed vergaard in een wijnstreek als de families Lurton en Moueix in Bordeaux. De ene domineert de linkeroever, de andere de rechteroever.

 

In een tijd waarin steeds meer Bordelese wijndomeinen in handen zijn van grote banken, industriële groepen en investeringsfondsen, zou je haast vergeten dat er ook nog families zijn die weerstonden aan de lokroep van de kassa. Twee daarvan springen in het oog: Lurton en Moueix. Beiden zijn een dominante speler geworden op de Bordelese wijnmarkt. De Lurtons vergaarden hun macht en succes vooral op de linkeroever (Graves/Pessac-Léognan en Médoc, met Margaux, Saint-Julien, Pauillac en Saint-Estèphe), de andere domineert de rechteroever (Saint-Emilion en Pomerol).

 

Linkeroever: Lurton

De saga van de Lurtons begint op het einde van de negentiende eeuw met iemand die de familienaam niet draagt: Léonce Récapet. Hij is al eigenaar van verschillende wijnkastelen als zijn dochter trouwt met François Lurton. In de jaren 1930 verwerft hij zelfs 40% van Château Margaux, maar zijn zoon ruilt dat na de Tweede Wereldoorlog in  voor Clos Fourtet in Saint-Emilion, iets dat de familie zich tot op vandaag beklaagt. Clos Fourtet wordt in 2000 trouwens verkocht.

François Lurton – geen wijnbouwer in hart en nieren – heeft vier kinderen: André, Lucien, Simone en Dominique. Als die in het midden van de jaren 1950 hun erfenis krijgen, zijn het vooral André en Lucien die het imperium echt uitbouwen, afzonderlijk van elkaar, want op persoonlijk vlak schieten ze niet op. Ze krijgen respectievelijk 7 en 10 kinderen, die op hun beurt ook al kinderen hebben: het patrimonium riskeert dus

versnipperd te raken. Maar ondanks hun hoge leeftijd (boven de 80) zijn André en Lucien nog altijd de onbetwiste patriarchen van de familie. Vooral André dan, die hierover in conflict raakt met zijn kinderen. Twee zonen, François en Jacques, trekken hun conclusies en stampen zelf een internationaal wijnbedrijf uit de grond. Lucien heeft zijn bezittingen al verdeeld (wat ook alweer tot conflicten onder de kinderen leidde), maar hij behield het vruchtgebruik en stelde een verbod in om iets te verkopen buiten de familie.

De Engelse wijnschrijver Patrick Matthews schreef ooit: "Behalve de georganiseerde misdaad is er geen business waarin de familie zo belangrijk is als in de wijnbusiness."

 

Rechteroever: Moueix

In tegenstelling tot de Lurtons, is de familie Moueix niet groot geworden met het produceren, maar met het distribueren van wijn. Met de winst daarvan werden nadien wijndomeinen aangekocht. Het familiale patrimonium is ook niet zo versnipperd als bij de Lurtons.

Het succesverhaal start in het begin van de twintigste eeuw als Jean Moueix, handelaar in zuivelproducten, zijn broer Antoine vervoegt die op de rechteroever van Bordeaux al in de wijnhandel zit. De zoon van Jean helpt zijn vader aanvankelijk in de zuivelhandel, maar richt in 1937 de firma "Etablissements Jean-Pierre Moueix" op in Libourne, wijnhoofdstad van de Bordelese rechteroever. In een tijd waarin de wijnen van Saint-Emilion en Pomerol nog lang niet de reputatie hadden die ze vandaag hebben, richtte hij  zich uitsluitend op de distributie van wijnen uit deze regio.

Jean-Pierre Moueix combineert zijn neus voor wijn met een neus voor zaken. Hij bouwt een sterk commercieel netwerk uit, vooral in het noorden van Frankrijk en België. Die historische link met België is er nog altijd: de wijnen van Moueix zijn in ons land vlot verkrijgbaar, hun stijl en smaak hebben de Belgen kennelijk altijd bekoord. 

In de jaren 1950 begon Jean-Pierre Moueix zijn winst te investeren in de aankoop van domeinen, te beginnen met Château Magdelaine in Saint-Emilion. De trouwe oenoloog van de familie, Jean-Claude Berrouet, verwierf een grote reputatie.

De zoon van Jean-Pierre, Christian, nam de leiding van het bedrijf over in 1991, maar de patriarch bleef present, tot hij in maart 2003 overleed: hij zou dat jaar 90 geworden zijn. Christian Moueix heeft vandaag de pensioengerechtigde leeftijd en wordt bijgestaan door zijn zoon Edouard die verantwoordelijk is voor de verkoop. De wijnkelders van Moueix beslaan ruim 20.000 vierkante meter langs de kaaien van Libourne.

 

 

Welke domeinen bezitten de families Lurton en Moueix?

 

De familie Lurton bezit 11 wijnkastelen in Graves en Pessac-Léognan (waaronder bekende namen als Bouscaut, La Louvière en de Rochemorin), 7 in Haut-Médoc (waaronder Brane-Cantenac, Desmirail en Durfort-Vivens in Margaux), 2 in de "zoete appellatie" Barsac (Doisy-Dubroca en Climens), 11 in andere appellaties van Bordeaux en 1 op de rechteroever (de Barbe Blanche in Lussac-Saint-Emilion). Twee achterkleinzonen van de stichter, de broers Jacques en François Lurton, hebben een wijnimperium buiten Bordeaux uitgebouwd, met bezittingen in Languedoc, Spanje, Portugal, Argentinië, Chili en Australië, samen goed voor 6 miljoen flessen per jaar en 25 miljoen euro omzet. Achterkleindochter Christine beheert Château Dauzac in Margaux, achterkleinzoon Pierre beheert de topkastelen Cheval Blanc in Saint-Emilion en d'Yquem in Sauternes.

 

De familie Moueix bezit nog altijd het grootste wijnhandelshuis op de rechteroever. Zij koopt ook druiven en/of wijnen en maakt er in de eigen kelders merkwijnen van (onder de merknaam Moueix). Vooral in Pomerol heeft ze wijndomeinen verworven, waaronder het absolute topdomein Pétrus, naast La Fleur-Pétrus, Trotanoy, Lagrange, La Grave à Pomerol, Certan Marzelle, Providence en Hosanna. In Saint-Emilion bezit ze de premier grand cru classé Magdelaine en 30% van Belair. Verder zijn er nog bezittingen in Fronsac, Canon-Fronsac en het Californische Napa Valley. De familie beheert en/of adviseert ook verschillende domeinen in Saint-Emilion en Pomerol.

 De linker- en rechteroever in Bordeaux: twee aparte werelden

Als je de Gironde volgt, in de richting van de Atlantische Oceaan, liggen Médoc en Graves aan de linkerzijde van de rivier, Saint-Emilion en Pomerol aan de rechterzijde. Vandaar de benaming "linker- en rechteroever".

Links domineert cabernet sauvignon (die goed gedijt op de kiezelbodem), rechts merlot (waar de bodem meer kalk en leem bevat). Vooral omdat cabernet sauvignon trager en later rijpt dan merlot, kan dezelfde jaargang op beide oevers een andere kwaliteit bieden. Beide druiven kunnen immers in geheel andere weersomstandigheden geoogst worden. Bekende voorbeelden daarvan zijn 1996, een mooi jaar voor de linkeroever en minder geslaagd aan de rechterzijde, terwijl zich in 1998 het omgekeerde voordeed. De sfeer op beide oevers is ook verschillend. Links vind je meer imposante kastelen, vandaag vaak in handen van grote multinationale bedrijven. De rechteroever bestaat meestal uit kleinere bezittingen, vooral in Pomerol waar je echt op het platteland bent. Daarom wordt wel eens gesproken van de "wijnbusiness" ter linkerzijde, terwijl aan de rechterkant nog een "wijncultuur" zou heersen. Dat is echter een te grove veralgemening.