Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Oostenrijkse wijn op Italiaanse bodem

Südtirol of Alto Adige? 

Als Duitstalige wijnstreek in Italië is het niet makkelijk je te profileren. Maar wijnliefhebbers weten dat hier een echte wijncultuur heerst. Verslag van een boeiende reis.

 

Er wordt hoofdzakelijk Duits gesproken, maar staatkundig behoort het gebied tot Italië.

De meesten noemen het Südtirol, anderen verkiezen de benaming Alto Adige. Op wijnkaarten staat het gebied gerangschikt onder Italië, maar de domeinen heten Lageder, Hofstätter en Widmann. Dezelfde druiven worden hier gekweekt onder twee namen: weissburgunder en pinot bianco, blauburgunder en pinot nero. vernatsch en schiava ...

Tot de Eerste Wereldoorlog maakte Südtirol deel uit van Oostenrijk. De wijnen kenden veel bijval, onder meer bij de adellijke families in Wenen. Maar in 1918 ging het gebied als "oorlogsbuit" naar Italië. Vandaag is het officieel tweetalig, maar ruim 70% van de 450.000 inwoners heeft nog altijd het Duits als moedertaal.

De Südtirolers zelf gaan prat op de interessante vermenging van Oostenrijks-Duitse efficiëntie en Italiaans temperament. Dat vertaalt zich in de wijnen: zuiver, precies en rechtlijnig, en tegelijk zuiders vol en rijp. Het klimaat, tegelijk alpien en mediterraan, speelt hierin een belangrijke rol. De zon schijnt 300 dagen per jaar, overdag kan het zeer warm zijn, maar 's nachts koelt het sterk af. Zo ontwikkelen de druiven de zuivere precisie van de koelte, samen met de rijpheid van de zon.

 

Voor een wijnliefhebber is dat een aantrekkelijke combinatie, ik trok dan ook voor vier dagen naar Südtirol. Als ik de regio binnenrijd langs de "Weinstrasse", word ik meteen overweldigd door de indrukwekkende natuur, maar ook door de vele wijngaarden op de steile berghellingen. Dit is duidelijk geen regio waar hier en daar wat wijn wordt gemaakt, wijn maakt hier prominent deel uit van de plaatselijke economie en cultuur. Door het bergachtige karakter zijn er vele verschillende microklimaten en bodems, waardoor er vele verschillende druivensoorten worden geteeld, waaronder lokale soorten als lagrein en vernatsch die je nergens anders vindt.

De "koning van de lagrein" is Josephus Mayr. In de woonkamer zie ik een kruisbeeld, rond de armen van Christus hangen twee trossen lagrein. "Dat doen we elk jaar", zegt hij, "Ze blijven een heel jaar hangen, tot de volgende oogst."

Traditie wordt hier gekoesterd. De familie Mayr is al sinds de zestiende eeuw actief in de wijn- en landbouw. De wijnkelder dateert van 1905 en werd uitgegraven door de grootvader van Josephus. Nog altijd ziet het domein eruit alsof de tijd hier honderd jaar geleden bleef stilstaan. Ook de wijnen vertonen geen spoor van moderniteit. Vooral de wijnen van lagrein gelijken sterk op Josephus Mayr zelf: wat ruig, rustiek, zonder verfijning, maar met kracht en karakter. Wijnen van een echte wijnboer.

Josephus' vader maakte als kind nog mee dat Südtirol in 1918 afgescheiden werd van Oostenrijk, en vertelde hem daar vaak over. "De markt voor onze wijnen viel toen volledig weg. Onze eigen markt werd plots het buitenland, en de Italianen vonden dat wij geen echte Italiaanse wijn maakten. We hebben het daardoor lang zeer moeilijk gehad." 

"Er werd ook teveel geproduceerd", vervolgt Josephus, "Vandaar dat je hier zoveel wijngaarden in pergola ziet: zo kan je meer en zwaardere druiventrossen kweken. Maar stilaan begreep men dat er maar één manier was om te overleven in de wijnbouw: resoluut overschakelen op lagere productie en hogere kwaliteit. Bijgevolg zie je steeds minder pergolastokken, behalve voor onze lokale druif vernatsch. Daar maken we onze alledaagse wijn van."

Een ander familiedomein, ongeveer even groot, is dat van Ignaz Niedrist: "Acht hectare is het minium om met een familie van te kunnen leven." Ook hij rukte alle pergolastokken uit, om vervolgens nieuwe stokken te snoeien en te geleiden volgens het "moderne" Guyot-systeem. Vanuit zijn wijngaard, waar het heerlijk warm is, zie je besneeuwde bergtoppen: een levende illustratie van het klimaat dat tegelijk alpien en mediterraan is.

De vader van Ignaz bracht zijn druiven nog naar een plaatselijke coöperatieve, hijzelf stapte eruit om zijn eigen wijn te maken.  Ook andere wijnbouwers van de nieuwe generatie hebben die weg gevolgd. Andreas Widmann wil nog alleen druivenstokken op hellingen, en maakt opmerkelijk expressieve wijnen van sauvignon blanc en pinot blanc.

Maar ook de coöperatieven zelf hebben een kwaliteitssprong gemaakt. In weinig wijnstreken worden ze zo goed beheerd als in Südtirol. De aangesloten druivenkwekers worden betaald in functie van de kwaliteit, en niet van de kwantiteit van de geleverde druiven.

Schreckbichl is een coöperatieve die in 1960 werd opgericht, en vandaag 1,7 miljoen flessen produceert. Driehonderd wijnbouwers, verspreid over driehonderd hectare, leveren hier druiven. De gevel en de ontvangstruimte werden gerenoveerd, ze vallen op door hun eigentijdse architectuur.

Ongeveer even groot, maar vroeger opgericht (in 1900), is de Erste & Neue Kellerei. De gewelfde wijnkelder is indrukwekkend, vooral omdat een kunstenaar in het jaar 2000 (bij de honderdste verjaardag van de coöperatieve) de muren volschilderde met fresco's.

Een andere gereputeerde coöperatieve is Sankt Michael Eppan Kellerei, waar directeur en wijnmaker Hans Terzer een streng beleid voert. Alles is hier perfect onderhouden en hygiënisch. Tijdens onze rondleiding ziet hij hier en daar een detail dat niet in orde is, meteen belt hij naar iemand om het te verhelpen: Duitse "Gründlichkeit" in actie. Dat

een dergelijke striktheid tot resultaten leidt, bewijst Terzer met zijn "Sanct Valentin Sauvignon Blanc": twaalf jaar na elkaar haalde deze wijn de hoogste score in de gezaghebbende Italiaanse wijngids Gambero Rosso. "En we maken hier 130.000 flessen van", zegt hij, "Topwijn maken in kleine hoeveelheden is geen probleem, de echte moeilijkheid is om topwijn te maken in grote aantallen."

In Bozen/Bolzano, de hoofdstad van Südtirol, bevindt zich een oud Benedictijnerklooster dat tevens een wijndomein is: Muri-Gries. Het is eigendom van de veertien Benedictijnen die er nog leven, maar wordt gerund door professionals, onder leiding van directeur en oenoloog Christian Werth. Al meer dan twintig jaar maakt hij hier de wijn. Binnen de historische muren van een kerk uit de vijftiende eeuw heeft hij een moderne roestvrijstalen wijnfabriek gebouwd: een prachtig contrast. Muri-Gries produceert nu 400.000 flessen per jaar.

De kwaliteitsverbetering van de wijnen uit Südtirol kwam niet uit de lucht vallen. In 1968 al richtten de plaatselijke autoriteiten een researchcenter voor landbouw op: Laimburg. Het heeft een eigen wijndomein, waar elk jaar 200.000 flessen worden geproduceerd van twintig druivensoorten. Hier wordt ook wetenschappelijk onderzoek verricht, ten dienste van de wijnbouwers. Laimburg is een indrukwekkend complex, met een al even indrukwekkende kelder, uitgehouwen uit de rots. Het patroneert ook de grootste en oudste wijnstok ter wereld: 350 vierkante meter loofoppervlak, 600 jaar oud. Dat die in Südtirol staat, bewijst dat de wijncultuur hier diepe wortels heeft.

Italië heeft intussen de wijnen van Südtirol in de armen gesloten: het overgrote deel van de productie wordt in eigen land afgezet. Maar onder meer in de Verenigde Staten zijn de Südtiroler wijnen van pinot gris en gewürztraminer een hype. De lichte en droge stijl waarin ze hier gemaakt worden, in tegenstelling tot de zwaardere Elzasversies, slaat aan. Ook de pinot blanc is hier merkelijk expressiever dan in de Elzas.

Frankrijk kan nog wel meer leren van Südtirol. Alleen al de prachtige wijnglazen bij elke degustatie en in elk restaurant, steken schril af tegen de foute glazen die je maar al te vaak in het grote wijnland Frankrijk krijgt.