Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Ontmoeting met Jancis Robinson, leading lady van de wijnliteratuur

Vrouwen gaan meer relaxed om met wijn.

Welke wijnliefhebber heeft nooit een boek van haar gelezen? Wereldbekend is ze, en ik lunchte met haar.

 

Wijnliefhebbers over de hele wereld hebben door haar boeken en tv-programma's wijn leren kennen en proeven. Ze is de auteur van twee referentiewerken, de World Atlas of Wine (die ze overnam van haar collega Hugh Johnson) en haar magnum opus, de wijnencyclopedie The Oxford Companion to Wine. Ze heeft een eigen website waarop 6000 wijnliefhebbers uit 70 landen geabonneerd zijn, en een wekelijkse column in The Financial Times die wereldwijd impact heeft.

Toen zij de eregaste was van een symposium rond pinot noir in ons land, kreeg ik de gelegenheid om haar te ontmoeten tijdens een lunch. Niet om het even waar: in restaurant Hertog Jan, waar toptalent Gert De Mangeleer intussen drie sterren heeft behaald.

Het viel mij op dat Jancis Robinson nauwelijks van de wijn nipte. "Overdag drink ik geen wijn", zei ze, "Alleen water en thee." Engelse discipline, aangeleerd in Oxford. 

"Daar heb ik inderdaad wiskunde en filosofie gestudeerd. Dat lijkt ver weg van wijn, maar die studies zijn me goed van pas gekomen om logisch en analytisch over wijn te denken en te schrijven. Want er wordt nogal wat ongestructureerd proza gepleegd over wijn."

Ze studeerde af in 1971 en vertoonde toen al een uitgesproken interesse voor eten en drinken: "Ik was wat je noemt een bon-vivant. In Engeland was dat toen een pejoratieve term. Een beroepsleven in de sector van voeding en wijn werd beschouwd als een verspilling van een goede opvoeding. De media besteedden er ook helemaal geen aandacht aan."

Toch wou ze precies dàt doen. Ze startte in de reisbusiness en kwam zo voor een jaar in de Provence terecht: "Eén minuut in het zuiden van Frankrijk is voldoende om te beseffen hoe belangrijk eten en drinken kunnen zijn. Toen ik in 1975 terugkwam naar Engeland, was ik vastbesloten: ik wilde een job die met wijn of voeding te maken had.

Ik was toen 25 jaar."

De eerste job die haar werd aangeboden, was redactie-assistente van een wijnvakblad: "Een prima start, want de oplage was zo laag dat ik mij allerlei fouten kon permitteren. Tegelijk begon wijn door te breken in de Engelse supermarkten, naar een breder publiek toe. En doordat reizen goedkoper werd, kwamen meer Britten in contact met wijnstreken. Tot dan was wijn in Engeland een heel elitaire drank, waarvoor de media weinig belangstelling toonden. Dat veranderde snel. Plots kon ik op vele plaatsen tegelijk aan de slag. In 1980 – één jaar na mijn eerste boek over wijn - werd ik de wijncorrespondente van The Sunday Times. Sindsdien is het schrijven over wijn nooit meer gestopt."

In 1984 werd Jancis Robinson "Master of Wine", een eretitel die je pas krijgt na geslaagd te zijn in wat doorgaat als het strengste wijnexamen ter wereld.

"Dat was voor mij een hoogtepunt: ik dacht dat ik alles over wijn wist! Vandaag, nu ik véél meer weet, vind ik dat ik nog te weinig weet. De wijnwereld is dan ook spectaculair uitgebreid en verandert voortdurend. Wie vandaag Master Of Wine wil worden, moet veel meer weten dan wij indertijd. Toen ik over wijn begon te schrijven, dachten wij er in de verste verte niet aan dat de Aziaten ooit wijn zouden produceren, we konden niet geloven dat dit ooit bij hun smaakcultuur zou passen. Maar zie, vandaag gebeurt het."

De carrière van Jancis Robinson als wijnschrijfster ging snel bergop: ze maakte wijnprogramma's voor de BBC, schreef boeken, en werd wereldbekend toen ze in 1994 de Oxford Companion to Wine uitbracht, nog altijd hèt referentiewerk over wijn, waarvan wereldwijd al ruim 200.000 exemplaren werden verkocht. Ze nam ook de World Atlas of Wine over van haar collega Hugh Johnson, waarin zeer gedetailleerde kaarten staan van de meeste wijnregio's in de wereld.

"Vooral de encyclopedie en de atlas hebben mij vele, vele jaren van mijn leven gekost. Nog altijd vragen ze veel tijd, want ze moeten voortdurend geupdatet worden. Gelukkig kan ik mij nu een fulltime-assistente permitteren die mij veel werk uit handen neemt."

Hoe ziet de gemiddelde dag van een internationale wijnschrijfster eruit? Verrassend gewoon, zo blijkt.

"Mijn dag begint met een kop groene thee en het openklappen van mijn laptop. Sinds 2000 heb ik mijn eigen website, en dat is nu het belangrijkste onderdeel van mijn werk geworden: ik ben er gemiddeld twee uur per dag mee bezig. Tegelijk heb ik een wekelijkse column in The Financial Times, en meestal is er een boek onderweg. Ik zou dus een hele dag vanuit mijn bed kunnen werken! Maar de maatschappij vraagt van ons dat we ons aankleden, dus doe ik dat ook, en ga ik naar een proeverij. Alleen al in Londen is er elke dag iets te doen rond wijn, zo houd ik mijn kennis op peil. Ik ben dol op blindproeverijen, jammer dat die niet zo vaak georganiseerd worden. Uiteraard reis ik ook, maar zeer selectief. Het zuidelijk halfrond is bijvoorbeeld extra aantrekkelijk als het hier winter is." (lacht)

Wie financiert die reizen dan?

"Bekendheid heeft zo zijn voordelen: ik word vaak uitgenodigd om in een jury te zitten, een lezing te geven of eregaste van een evenement te zijn. In dat geval worden mijn reis en verblijfkosten betaald. Ik ben ook wijnconsulente voor British Airways, dat helpt als je wil reizen. Soms betaal ik zelf, uit de inkomsten van mijn boeken en website."

Hoe gaat zij om met de commerciële impact van haar werk op de wijnsector?

"Ik heb de indruk dat wijnjournalistiek minder impact heeft op de Engelse markt dan op de Amerikaanse. De Britten hebben altijd van zichzelf gevonden dat zij zelf wel hun wijnen konden kiezen. Bovendien hebben wij in Engeland veel wijnschrijvers, die elk apart minder impact hebben dan bijvoorbeeld in Amerika waar één schrijver, Robert Parker, dominant is."

Nu ze er zelf over begint, kan ik er niet aan weerstaan om haar "tweestrijd" met Parker ter sprake te brengen. Bij elke nieuwe jaargang van Bordeaux wordt het breed uitgesmeerd in de wijnmedia: het verschil in beoordeling tussen de Engelse dame die voor finesse en evenwicht staat, en de Amerikaanse man die kracht en structuur verkiest.

"Ik ben het wat beu daarover altijd weer uitleg te moeten geven. Het is niet zo dat wij met getrokken messen tegenover elkaar staan. Het is gewoon onvermijdelijk dat er verschillende meningen over wijn bestaan. Ik heb respect voor het werk van Parker, alleen houden we van een ander type wijn. Ik ben er trouwens van teruggekomen om wijnen op te delen in goede en slechte. Ik tracht mijn lezers mee te geven welke stijl een bepaalde wijn heeft, zo kunnen ze zelf beslissen of dit een wijn is voor hen." 

Hoe zou ze zelf de wijnstijl omschrijven die ze verkiest?

"Evenwicht is het sleutelwoord. Maar ook fraîcheur, daar zoek ik echt naar. Vandaar dat ik de jaargang 2004 in Bordeaux verdedig. Een wijn hoeft op mij geen indruk te maken, een wijn moet mij boeien van begin tot eind. Indrukwekkende wijnen maken meestal alleen maar indruk in de neus en de smaakaanzet, en eindigen dan onaangenaam. Ik wil een wijn die mijn hele smaakpalet en de hele smaaksequens beroert. Het is niet makkelijk om dat type van wijnen uit een proeverij te halen, vaak verdrinken ze onder het geweld van de andere. Je moet er heel alert voor zijn."

Gaan vrouwen in het algemeen anders om met wijn dan mannen? 

"In het maken van wijn zie ik geen verschil, in het proeven en drinken wel. Mannen hebben het veel moeilijker, van vrouwen verwacht niemand iets. Jullie moeten altijd de juiste wijn kiezen en hem liefst ook nog van de juiste commentaar voorzien. Dat veroorzaakt wat competitiegeest. Intussen zitten wij, vrouwen, relaxed van wijn te genieten."

 

www.jancisrobinson.com