Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Coonawarra

Ze wordt beschouwd als een van de nobelste, zoniet dè nobelste wijndruif ter wereld,

maar ze heeft één nadeel: ze rijpt zo verdomd moeilijk. Niet voor niets wordt de cabernet sauvignon - want over deze druif gaat het - in Bordeaux vermengd met de makkelijker rijpende, soepele, vlezige merlot. Die combinatie werd al overal ter wereld geïmiteerd. Omdat er nu eenmaal zeer weinig plekken zijn waar het mogelijk is om wijnen van alleen cabernet sauvignon te maken.

In Zuid-Afrika lukt het, net zoals in Napa Valley in Californië. En ook in een kleine, heel bijzondere, weinig bekende wijnstreek in Zuid-Australië: Coonawarra.

Ik heb die naam altijd intrigerend gevonden, die donkere primitieve klank en  ritmische opeenvolging van o's en a's. Het geeft de indruk dat hier wijnen met een mysterieus karakter vandaan komen, en die indruk werd alleen maar versterkt toen ik voor het eerst een cabernet sauvignon van Coonawarra proefde. Of de wijn voor de volle 100% van cabernet sauvignon was gemaakt, weet ik niet zeker. In Australië (en elders in de Nieuwe Wereld) laat de wijnwetgeving toe om slechts één druif te vermelden als je een bepaald percentage van een andere niet overschrijdt. Maar ik was verbluft door de concentratie, intense sappigheid, smaakdiepte, aromatische rijkdom, en lengte. Wat was dat? Wine from another galaxy?

Hij was van het wijndomein Petaluma, toen nog in handen van de legendarische wijnmaker Brian Croser. In tegenstelling tot het gros van de sterk geïndustrialiseerde Australische wijnsector, gelooft hij in het belang van "terroir", de mix van natuurlijke factoren die een wijngaard (en dus de wijn) beïnvloeden. Het verwondert dan ook niet dat Croser wijn in Coonawarra wilde maken en dat hij het uiterste uit dit ongewone terroir kon halen.

Want net in deze strook van amper 12 kilometer lang en 2 kilometer breed bevindt zich een unieke, kruimelige, waterdoorlatende grondsoort, die "terra rossa" wordt genoemd. Deze roodkleurige grond gaat over in pure kalksteen, altijd een zegen voor wijnen, en daaronder bevindt zich zuiver grondwater. Het is er voldoende warm om de cabernet sauvignon volmaakt rijp te laten worden, maar naar Australische normen is dit een koele streek. Precies dat is belangrijk, want zo krijgen ook de tannines en aromatische componenten van de druif de tijd om te rijpen. Er blaast bovendien de hele zomer lang een westenwind doorheen de wijngaarden, wat het risico op schimmel en insecten beperkt.

Geen wonder dat 60% van de grond hier beplant is met cabernet sauvignon. En dat de wijnen zo geconcentreerd kunnen zijn: de druiven blaken van gezondheid en de tannines zijn zo rijp, dat je zelfs met een doorgedreven extractie van de druivenmassa geen bitterheid of wrangheid riskeert.

Aanvankelijk was het potentieel van deze streek slechts door enkele pioniers gekend. Maar algauw kwamen de grote wijnbedrijven hier land opkopen, soms alleen om er druiven te kweken en de wijnen elders te produceren (wat volgens de Australische wetgeving mag). Maar er zijn ook een twintigtal kleinere domeinen die hun wijnen wel ter plaatse maken. Eén daarvan is Highbank, een klein familiaal domein dat voor biologische wijnbouw heeft gekozen en haar naam ontleent aan de wijngaarden die op de hoogst gelegen gronden liggen. Ik proefde hun wijnen van overwegend cabernet sauvignon uit oudere jaargangen (1997, 1998 en 1999) en was opnieuw verrast, deze keer over hun mooie evolutie, wat je niet meteen verwacht van Australische wijn. Ze konden gerust de vergelijking aan met enkele van de beste wijnen in Bordelese stijl.

De Australische wijnschrijver James Halliday noemde Coonawarra ooit "het Mekka waar alle pelgrims van de wijn naartoe moeten". Met een glas geraak je ook al in de hemel.

 

Highbank: adbibendum.be;
Punters Corner: australian-fine-wines.com