Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Wijnland AustraliŽ: met kangaroesprongen vooruit

Van grote beursgenoteerde wijnbedrijven die via fusies en overnames hun marktaandeel uitbreiden, tot piepkleine "boutique wineries" waar man en vrouw op ambachtelijke wijze topwijnen maken: je vindt het allemaal in Australië. Ik verdwaalde in gigantische wijnfabrieken en proefde vatstalen in huiselijke wijnkeldertjes.

 

Australië is 256 keer zo groot als België, maar telt slechts 18 miljoen inwoners. Het noorden van het land is subtropisch. Het middelste gedeelte kent een droog woestijnklimaat. En in het zuiden van Australië, de strook van Perth over Adelaide naar Sidney, heerst een mediterraan klimaat, met warme zomers en zachte winters. Alleen daar is wijnbouw mogelijk.

In Australië wordt wijn gemaakt sinds het begin van de 19de eeuw, al is het zeker ook een bierland. Wijn wordt er trouwens, net zoals bier, gepromoot met moderne marketing, merknamen en mediareclame. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Ze worden er evenveel Australische als Franse wijnen gekocht op de Britse markt. En ook in andere Europese landen rukken de Australische wijnen op. Vooral in de lagere prijsklassen vinden consumenten kennelijk dat ze vanuit Australië meer waar voor hun geld krijgen.

 

Omdat Australie zo'n immens groot land is, concentreerde ik mij op het gebied rond Adelaide, "the capital of food and wine". Hier, in de staat South Australia, wordt bijna de helft van alle Australische wijnen gemaakt. En hier ligt ook de Australische wijnregio die wereldberoemd is geworden: Barossa Valley. Vooral gekend om zijn alcoholrijke, zwarte, zwoele wijnen van de syrahdruif, die hier "shiraz" wordt genoemd.

In Barossa is het kruim van de Australische wijnindustrie gevestigd: van wijngiganten als

Penfolds en Orlando tot de kleinste familiebedrijfjes.

 

Zo'n familiebedrijfje is Greenock Creek, geleid door het echtpaar Michael en Annabelle Waugh. Ze leggen zich alleen toe op "super premium wines". Wat wil zeggen: hoge kwaliteit, hoge prijzen, hoge scores bij wijngoeroe Robert Parker, en altijd "sold out".

Wijnmaker Michael Waugh doet er alles aan om dat niveau te handhaven. Het rendement in zijn wijngaard van 25 hectaren is zeer laag, soms maar 10 hectoliter per hectare. Zijn totale productie bijgevolg ook: slechts 3000 kisten (alleen die zeldzaamheid al doet sommige mensen naar hun portemonnee grijpen). Hij maakt alleen "single vineyard"-wijnen, wat betekent dat de druiven afkomstig zijn van één welbepaald perceel en niet van verschillende percelen, zodat de specificiteit van elk perceel (met zijn eigen microklimaat en ondergrond) in de wijn terug te vinden is.

De vinificatie gebeurt met de zachte hand, op haast ambachtelijke wijze. Waugh kiest voor de beste Franse eik maar zweert bij oude vaten, waarin hij zijn wijnen 2 tot 3 jaar laat rijpen. Het resultaat is magistraal: krachtige, vlezige, brede, geconcentreerde wijnen, vol rijp zwart fruit, met versmolten houttoets, en een mooi gedoseerde aciditeit. Vooral dat laatste is belangrijk, want door het warme klimaat en de tendens naar overrijpheid van het fruit worden in Australië de meeste wijnen aangezuurd. Dat gebeurt niet altijd op oordeelkundige wijze, waardoor de wijnen de typische stalig-zure toets van toegevoegd wijnsteenzuur vertonen. (In Frankrijk heb je het omgekeerde fenomeen: daar is het fruit niet altijd voldoende rijp, en moet men "aansuikeren".)

"Soms moet je om technische redenen aanzuren", zegt Michael Waugh, "Maar ik ga er heel voorzichtig mee om. Het zou te jammer zijn zoveel moeite te doen om een topwijn te maken, en het dan op die manier te verknoeien."

De kracht van zijn wijnen is zo overweldigend dat ik me afvraag wat je er in godsnaam bij kan eten. "Try dinosaur!" lacht hij.

 

Een andere maniakaal gedreven wijnmaker in Barossa Valley is Rolf Binder, van Hongaars-Oostenrijkse afkomst. Vele immigranten in deze vallei zijn trouwens van Duitstalige origine.

De vader van Rolf Binder, een industrieel chemicus, begon als wijnmaker in de jaren '70, waarna Rolf het bedrijf overnam. Dat hij energie te over heeft, merk je niet alleen aan de man zelf, maar ook aan het uitgebreide gamma wijnen dat hij vinifieert. Alleen al met zijn eigen label "Veritas" is hij aanwezig in elke prijscategorie (van pakweg 8 tot 80 euro). Maar daarnaast vinifieert hij ook nog eens de druiven van een bevriend kweker, J.J. Hahn, en creëerde hij samen met een Engelse wijnhandelaar het label "Magpie".

 

Helemaal bezeten van wijn waren ook de Ashmeads, een familie die tractors verkocht in Saoedi-Arabië en daar wijn begon te maken in de badkuip (alcohol is illegaal in Saoedi-Arabië). Zij kochten een wijndomein van een andere familie, die louter druiven kweekte voor andere wijnbedrijven. De familie Ashmead wilde echter zelf wijn maken, en creëerde het merk "Elderton" (naar de allereerste eigenaar van de wijngaarden, Samuel Elderton, die in 1890 wijndruiven begon te kweken). De Ashmeads wierven een jonge ambitieuze wijnmaker aan, Richard Sheedy. Hij laat mij het uitgebreide Elderton gamma proeven, met als topwijn de "Command Shiraz" van 100 jaar oude wijnstokken.

Sheedy vertelt ons dat iemand hem vroeg of dit de beste wijn is die hij ooit heeft gemaakt. "Nee", antwoordde hij, "Mijn beste wijn heb ik nog niet gemaakt."

Het typeert de Australische wijnmakers: ze hebben op korte tijd een bloeiende wijnindustrie uitgebouwd, maar zijn ervan overtuigd dat het beste nog moet komen.

 

Die ondernemingszin heeft in Australië geleid tot ware wijngiganten. Zo is het bedrijfje Orlando van de familie Gramp uit Beieren, gesticht in 1847,  uitgegroeid tot een grote speler op de wereldwijnmarkt. Dat werd mogelijk doordat de familie Gramp in 1970 haar bedrijf verkocht aan Reckitt & Colman, een multinational in voedings- en geneesmiddelen. Op die manier gingen de deuren van de distributieketens wereldwijd open voor Orlando. In 1990 werd het bedrijf, samen met de Wyndham Estate groep, gekocht door de Franse drankenmultinational Pernod. Vandaag produceert Orlando jaarlijks 150 miljoen flessen, waarvan 80% wordt geëxporteerd. Het merk Jacob's Creek (zo genoemd naar de plaats waar de familie Gramp oorspronkelijk haar bedrijf vestigde) is één van de meest succesrijke wijnlabels ter wereld.

 

Penfolds is ook zo'n bedrijf waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 19de eeuw. Vandaag maakt het deel uit van de allergrootste Australische wijngroep, Southcorp.

De naam van het bedrijf verwijst naar de Engelse dokter Christopher Rawson Penfold, die met vrouw en dochter in 1844 in Zuid-Australië aankwam. Hij had wijnstokken meegebracht vanuit Frankrijk, en plantte ze rond zijn stenen cottage in Magill (één van de beste wijnen van Penfolds is nog altijd de "single vineyard"-wijn van Magill Estate).

De cottage werd "The Grange" genoemd, en dat is dan weer de naam van de beroemdste Australische wijn ooit, een blend van overwegend shiraz en een beetje cabernet sauvignon. Nochtans werd deze wijn, gemaakt door de legendarische wijnmaker Max Schubert, bijzonder slecht onthaald toen hij in 1956 voor de eerste keer op een wijnbeurs werd voorgesteld. Maar Schubert zette door, ging als eerste in Australië experimenteren met Franse vinificatietechnieken, en enkele jaren later was het raak: iedereen was het er nu over eens dat Penfolds Grange een mijlpaal betekende in de Australische wijngeschiedenis. Het vervolg is bekend: stijgende prijzen. Gelukkig heeft Penfolds ook andere goede wijnen, onder meer de "BIN 389", ook wel "baby Grange" genoemd, die merkelijk goedkoper is. Maar door de uitstraling van Grange, groeide het bedrijf alsmaar verder, tot het in 1990 werd overgenomen door Brewing Holdings (een brouwerijgroep die kort daarna haar brouwerij-activiteiten verkocht en haar naam veranderde in Southcorp). Dan kocht een ander wijnbedrijf, Rosemount, zich voor 30% in, en nam het de leiding over. Maar ondanks dit klassieke Australische scenario van groei, overnames en fusies, is Penfolds er toch in geslaagd een hoog kwaliteitsniveau te bewaren.

 

Van de gigantische Penfolds wijnfabriek naar het wijndomeintje Hutton Vale middenin de ongerepte natuur van Eden Valley, een koelere regio nabij Barossa: het contrast kan niet groter zijn. Na enkele kilometers rijden over onverharde weg word ik onthaald door eigenaar John Angas en zijn vrouw Jan.

John is een afstammeling van de in Australië beroemde familie Angas, die in Engeland fortuin had gemaakt maar alles herinvesteerde in Zuid-Australië. Zij bezat hier in Eden Valley bijna alle grond, en het belangrijkste stadje werd zelfs Angastown genoemd (het huidige Angaston). Maar de volgende generaties verloren veel land en geld, tot John Angas in 1979 in het bezit kwam van de allerlaatste farm van de Angasfamilie. Die laatste 800 hectaren wilde hij ten allen prijze in de familie houden. Hij kweekt er schapen, voor wol en voor lamsvlees, en heeft zich toegelegd op de teelt van wijndruiven. Het grootste gedeelte daarvan verkoopt hij aan andere wijnbedrijven, maar een klein deel gebruikt hij sinds 1994 voor het eigen label Hutton Vale. De productie is voorlopig heel klein: slechts 500 kisten, allemaal voor de export bestemd.

 

Ook in het wijngebied McLaren Vale, ten zuiden van Adelaide, komt het steeds vaker voor dat druivenkwekers met hun beste druiven een eigen wijn lanceren.

Don Oliver, van Schotse afkomst, is de eigenaar van het domein Oliver's Taranga. Hij bezit een perceel waarvan de druiven door Penfolds gekocht werden voor de beroemde Grange. Vandaag heeft hij dit perceel uit het contract met Penfolds gehaald, en gaan die druiven allemaal in zijn eigen wijn.

Iets gelijkaardigs deed Tony Delisio, druivenkweker van Italiaanse afkomst. Ook hij verkoopt niet langer zijn beste druiven, maar houdt ze voor zijn eigen wijnlabel, Classic McLaren. "Want als je goede druiven kan kweken, kan je ook goede wijn maken", zegt hij.

De nieuw opkomende wijnregio Langhorne Creek, ten zuidoosten van Adelaide, was jarenlang bijna integraal een druivenleverancier voor de grote wijnbedrijven. Door de ligging vlakbij de oceaan, waarbij de wind voor de nodige verkoeling zorgt, was het klimaat er ideaal voor topdruiven. De broers Tom en Guy Adams, beiden dertigers, hebben nu een nieuwe winery  gebouwd, samen met hun wijnmaker David Freschi (die ook een eigen wijnlabel heeft, Casa Freschi). Ze zien het groots: "Langhorne Creek heeft het potentieel om uit te groeien tot een internationaal gereputeerde wijnstreek. Maar dan moeten we wel eigen wijnen maken. Want de grote wijnbedrijven vermelden onze regio nooit op hun etiketten, omdat ze onze druiven vermengen met druiven van andere streken."

Het trendy wijnlabel Oddfellows is ook zo begonnen: drie druivenkwekers hebben zich verenigd (samen met een grafisch designer en een investeerder) om eigen wijnen op de markt te brengen. In tegenstelling tot de eerder Europese stijl die David Freschi nastreeft, met de nadruk op finesse en elegantie, gaat het hier om hypergeconcentreerde wijnen in de Australische traditie: wijnen waarop je wel lijkt te kauwen.

Doordat steeds meer druivenkwekers deze weg inslaan, worden topdruiven schaarser voor de grote wijnbedrijven (die niet voldoende eigen wijngaarden hebben). Zij zien zich dan ook verplicht om steeds hogere prijzen te betalen. Wat uiteraard wordt doorgerekend in de prijs van de wijn. Maar zelfs dat is niet altijd voldoende om de druivenkwekers op andere gedachten te brengen. "Een eigen wijn geeft meer voldoening", zegt Tony Delisio, "En het brengt meer op."  Al deze wijnen van voormalige druivenkwekers zijn trouwens nooit goedkoop: ze mikken heel bewust op een kapitaalkrachtige elite.

Naast het steeds groter worden van de industriële wijnbedrijven die zich op de massamarkt richten, zien we dus ook een tegenovergestelde beweging in Australië: de vermenigvuldiging van het aantal kleine wijnbedrijfjes die zich op het segment van de dure topwijnen richten.

 

Iemand die ook toekomst zag in dat segment, is Roman Bratasiuk, wijnmaker van Oekraïense afkomst en eigenaar van Clarendon Hills.

Deze voormalige biochemicus vatte in 1990 het plan op om te bewijzen dat je in Australië absolute topwijnen kan maken, vergelijkbaar met de Franse. Hijzelf drinkt trouwens alleen Franse wijnen: de meeste Australische vindt hij niet goed genoeg.

Hij bezit geen eigen wijngaarden, maar heeft druivenkwekers in de streek overtuigd om hun beste druiven aan hem te verkopen (tegen hogere prijzen). Want Bratasiuk heeft een aantal principes waarvan hij niet afwijkt. Zo wil hij alleen druiven van oude wijnstokken, met lage rendementen. Hij wil nooit irrigeren, zodat de plant heel diep moet gaan om haar voedsel te zoeken, wat meer complexiteit geeft aan de wijn. Hij mengt nooit druiven: al zijn wijnen zijn van slechts één druivenras gemaakt, en van druiven van één enkel perceel. Hij gebruikt alleen wilde gisten bij de vinificatie. En voor de rijping wil hij uitsluitend de beste Franse eik.

Die compromisloosheid heeft resultaat opgeleverd: de wijnen van Clarendon Hills worden door Robert Parker de hemel ingeprezen. De prijzen zijn dan ook navenant. En zolang Bratasiuk zijn 15.000 kisten, bijna allemaal voor de export bestemd, kwijt raakt, zal daarin geen verandering komen.

 

Hoewel Zuid-Australië bekend staat om zijn krachtige rode wijnen, worden er ook fijne, delicate rieslings gemaakt. Dat is op zijn minst verrassend te noemen, want in Europa gedijt de rieslingdruif pas goed in de meest noordelijke wijnstreken zoals Duitsland. Maar Clare Valley, een koelere regio 120 kilometer ten noorden van Adelaide, heeft een grote reputatie verworven met deze nobele druif.

Vooral de wijnmaker Jeffrey Grosset wordt in Australië aanbeden als een man die wonderen verricht met riesling. Het resultaat hangt aan zijn deur: een plakkaat met "Sorry, sold out."

Na een carrière als wijnmaker bij Lindemans, kocht Grosset in 1981 een oude boterfabriek: dat werd zijn winery. Het eerste jaar produceerde hij 800 kisten, vandaag 9000. Ruim de helft daarvan is riesling, die compleet droog gevinifieerd wordt, zonder enige restsuiker dus. De wijnen zijn heel aromatisch, mondvullend, kruidig, mineraal, met een prachtige lengte en een aangenaam verfrissende zuurheid in de afdronk.

Het valt dan ook op dat Grosset voor deze klassewijnen overgestapt is van kurk naar schroefdop. In Australië is er heel wat te doen rond deze zogenaamde "Stelvin", de merknaam van deze schroefdop. Velen vinden het niet passen bij wijn, en vrezen dat de wijn daardoor slechter zal bewaren. Anderen zeggen dat een Stelvin technisch even goed is als kurk, en dat er teveel kwaliteitsproblemen zijn met kurk die wereldwijd steeds schaarser wordt. Met een schroefdop kan een wijn trouwens nooit meer de zo gevreesde "kurksmaak" ontwikkelen.

 

Ook bij Knappstein, een wijnbedrijf uit de Petaluma groep,  ontdek ik mooie rieslings. En ook hier proef ik nergens het wat vermoeiende, exotische zoete fruit dat in de warmere landen van de Nieuwe Wereld zo vaak voorkomt in witte wijnen. De rieslings van Clare Valley ontwikkelen eerder geuren en smaken van citrusfruit en minerale elementen.

Hetzelfde stel ik vast in de regio Adelaide Hills, waar wijnmaker Peter Leske van het wijnbedrijf Nepenthe eveneens grote successen heeft behaald met riesling. Maar ook met andere witte druiven, zoals sauvignon blanc, pinot gris en semillon.

Omdat hij ervaring heeft opgedaan in Bourgogne en er zelf een liefhebber van is, heeft Leske nu ook pinot noir aangeplant, een druif die zeker veel moeite heeft met warme klimaten. Hij is dan ook één van de enige wijnmakers in Zuid-Australië die met pinot noir werken. "Maar hier in Adelaide Hills is het klimaat vergelijkbaar met dat van zuidelijk Bourgogne", verzekert hij mij. 

In een wijnland dat haar internationale bekendheid voornamelijk heeft verworven met shiraz, groeit kennelijk stilaan de behoefte om met atypische druivenrassen te experimenteren.

Zo hebben de gebroeders Pike, van het gelijknamige wijnbedrijf Pikes in Clare Valley,  sangiovese aangeplant.

"Omdat het klimaat hier vergelijkbaar is met dat van Toscane", zegt Neil Pike.

"Maar ook omdat we gewoon heel graag sangiovese drinken", voegt Andrew er met een knipoog aan toe.

De wijn verkoopt echter alleen goed in het buitenland, niet in Australië.

"Ze begrijpen hier niets van die wijn", zegt Neil, "Maar het is dan ook het tegenovergestelde van wat Australiërs graag drinken: veel tannines in plaats van weinig, en een hoge aciditeit in plaats van een lage."

Terwijl ze voor al hun andere wijnen de naam van het bedrijf en de druif op het etiket vermelden, gaven ze deze wijn een eigen merknaam: "Premio".

"Omdat we schrik hadden dat mensen het woord sangiovese niet zouden kunnen uitspreken", legt Neil uit.

Australië zal ongetwijfeld nog een hele tijd geassocieerd worden met krachtige rode wijnen boordevol alcohol en fruit, shiraz op kop. Maar intussen gebeuren er ook interessante experimenten die leiden tot een veelzijdiger wijncultuur, down under.