Meer genieten van betere wijn met wijnschrijver Bruno Vanspauwen

Uit het archief van de wijnschrijver

gerijpte artikels, columns, verhalen, reportages

Proef je ècht zoveel in wijn?

“Je proeft dille, natgeregende varens en rood pitfruit. Met aalbessen en kersen, zoethout in de afdronk en een kruidig staartje met beukenhout.”

Ik las de zin vijfmaal opnieuw. Nam mij voor regelmatig een natgeregende varen te eten. En wat vaker op beukenhout te knabbelen.

Even verder stond: “Zeer guitig boeket waarin veel gebeurt: toffee, kokosmelk, zoete kersen, viooltjes. Met rode aalbesjes en kersen in het middenstuk.”

Een "guitig boeket"? Boeket slaat op de diepe, complexe en geëvolueerde geuren van oudere wijnen. Kan dat ooit "guitig" zijn?

 Ik zette mij schrap voor een volgend fragment: “Een prettig boeket met impressies van geroosterde bonen, natte aarde, cacao en framboos. En een structuur die voortgestuwd wordt door rijpe kersen, cassis en zoethout.”

Alweer dat boeket. En verder vroeg ik mij af: waardoor wordt deze schrijver voortgestuwd? Kan hij zichzelf nog volgen?

Deze wijnkenner was er ongetwijfeld volkomen gerust in. Wie zou durven ingaan tegen zijn complex en gedetailleerd commentaar? Wie zou het in zijn hoofd halen om hem te zeggen: “Er zit helemaal geen smaak van framboos in die wijn”?

Het is een vaak gebruikte tactiek om zoveel mogelijk ingrediënten op te sommen:

je zit dan volkomen veilig. Niemand durft je tegen te spreken, uit angst iets niet geproefd te hebben dat jij, met je buitenaards smaakvermogen, wèl hebt geproefd. Bovendien: er zullen altijd wel een paar ingrediënten juist zijn.

Eigenlijk komt het vaak neer op een fikse dosis lef. Men moet dùrven zich het imago van superproever aan te meten. En erop rekenen dat de anderen voldoende geïntimideerd zullen zijn.

Natuurlijk is het waar dat wijn een complexe en genuanceerde drank is, met vele delicate en met elkaar verweven sensaties in kleur, geur en smaak. Onze woordenschat schiet vaak tekort om die precies te beschrijven. Vandaar dat men zijn toevlucht neemt tot associaties: met bloemen, vruchten, mineralen, kruiden...

Maar precies die nobele eigenschap van wijn kan als alibi aangewend worden om een volkomen chaotisch commentaar te spuien.

Ach, die vergelijking met andere ingrediënten kan een prettig tijdverdrijf zijn, maar eigenlijk zegt het niets over de kwaliteit van een wijn. Wat maakt het uit of een wijn naar framboos of naar aalbes geurt en smaakt, als je hem niet graag drinkt?

Ik lees en hoor liever andere zaken over wijn. Is hij al dan niet evenwichtig? Is zijn smaak zuiver of artificieel? Intens of flauw? Complex of monotoon? Is zijn textuur fluwelig of eerder rasperig? Hoe sterk geconcentreerd is hij? Is het een fijne wijn met veel zuren, of een zware wijn met veel alcohol? Heeft hij een lange of korte afdronk? Daar steek ik als wijndrinker méér van op dan te weten uit welk land het leder afkomstig is dat iemand in de wijn heeft opgesnoven.